• Home_00.jpg
  • Home_01.jpg
  • Home_02.jpg
  • Home_03.jpg
  • Home_04.jpg

Toepassingsgebieden en specialisaties

Toepassingsgebieden
De Vertaalacademie kan geen econoom, jurist of technicus van je maken. Wel willen we je inzicht geven in de belangrijkste aspecten van de vakgebieden economie, recht en techniek, en brengen we je een gedegen kennis bij van de vaktaal in deze toepassingsgebieden. Wie een tekst niet goed begrijpt, kan hem niet betrouwbaar vertalen. Wie bij het vertalen van een vaktekst geen vaktaal kan gebruiken, wordt als vertaler niet serieus genomen. In de eerste drie jaar van de opleiding maak je uitgebreid kennis met alle toepassingsgebieden. In je afstudeerjaar kies je er dan een uit voor je afstudeerwerkstuk.

Specialisaties
In het derde studiejaar maak je kennis met onderstaande specialisaties binnen het vertaalvak. In het vierde jaar kies je er daarvan een als afstudeerspecialisatie.

Vakspecialistisch vertalen
Een vertaler vertaalt geschreven tekst. De teksten zijn zeer divers van aard - rapporten, handleidingen,  jaarverslagen, websites - en ook de onderwerpen van deze teksten lopen zeer uiteen. Je kunt het zo gek niet bedenken of het komt een keer langs: busbanen, yoghurt, led-verlichting, roltrappen of uitzendingsprocedures. Natuurlijk kan je niet van alle markten thuis zijn, maar als je over een onderwerp weinig weet, zul je betrouwbare bronnen voor achtergrondinformatie en termen moeten kunnen vinden. Je komt bij het vertalen allerlei problemen tegen die je moet kunnen herkennen, analyseren en oplossen.

Lokaliseren (software vertalen)atrildejavu125x125
Lokaliseren is het vertalen en aanpassen van handleidingen en helpbestanden van softwarepakketten.
Je moet hiervoor niet alleen de talen goed beheersen, maar ook over veel ICT-kennis beschikken. Bij het onderdeel lokaliseren leer je bijvoorbeeld hoe je moet 'resizen' (lay-out aanpassen) en 'bug fixen' (fouten in software verhelpen). Voor deze specialisatie werkt de Vertaalacademie nauw samen met Atril, makers van het programma déjàvu. 

Ondertitelen
Als ondertitelaar moet je gesproken tekst eerst 'timen' of 'spotten' (opdelen in blokjes van anderhalve tot zeven seconden, de minimale en maximale 'lengte' van een ondertitel).  Niet alles wat gezegd wordt, kan letterlijk in woorden worden weergegeven; dit passen namelijk zelden in de twee regels die daarvoor op het scherm berschikbaar zijn. Je leert bij deze specialisatie dus niet alleen de technische kant van het ondertitelen, maar er wordt ook een groot beroep gedaan op je creativiteit en taalkundige vindingrijkheid.

Professioneel schrijven
Bij deze specialisatie leer je hoe je aantrekkelijke, publicabele teksten schrijft. Je kruipt in de huid van een (onderzoeks-)journalist en rapporteert je bevindingen in een toegankelijk en goed geschreven artikel. Het hele journalistieke proces wordt doorlopen, van het onderzoeken van bronnen tot het reviseren van je tekst in opdracht van de hoofdredacteur.

Tolken
Als student met specialisatie tolken ga je je tolkvaardigheden zodanig verbreden en verdiepen dat je je aan het eind van de cursus een startbekwame tolk kunt noemen. Er zijn drie verschillende tolktechnieken: simultaan, consecutief en chuchotage.

Simultaantolken is de meest gebruikte vorm. De tolk werkt in een tolkencabine en vertaalt, terwijl de spreker spreekt, wat deze zegt. Dit zie je vooral bij grote congressen en internationale bijeenkomsten van bijvoorbeeld de Europese Commissie.

Consecutief tolken vindt gewoonlijk plaats tijdens vergaderingen. Na vijf tot twintig minuten vertolk je datgene wat gezegd is in een andere taal, op basis van aantekeningen die je tijdens het luisteren hebt gemaakt.

Chuchotage is een technische term voor fluistertolken. Wanneer het niet mogelijk is om met cabines te werken, zit de tolk achter twee of meer toehoorders en tolkt simultaan op fluistertoon.